nlenfrde
  • dorpsstraat elsloo
  • Op de Berg gezien vanuit Maasberg
  • Op de Berg

Publicaties

Via het submenu (en hieronder) vindt u een aantal publicaties -boeken, folders etc- die door Streekmuseum Elsloo, Heemkundevereniging Maasstreek of andere instanties zijn uitgegeven. 

De vermelde werken zijn alleen nog tweedehands te koop.

Voor zover als mogelijk hebben wij rechthebbenden toestemming gevraagd om deze uitgaven hier digitaal te mogen publiceren. Als u auteur of rechthebbende bent en constateert dat uw werk hier onverhoopt zonder toestemming gepubliceerd wordt, verzoeken wij vriendelijk contact op te nemen met Stichting Streekmuseum Elsloo.

Uit Elsloo's Verleden | 1973 - een aantal publikaties verzameld en aangevuld door Sjang Peters, Uitgeverij Het Land van Valkenburg

# Heemkundesnippers | 1986-2002 - uitgegeven door Heemkundevereniging Maaskant

# Herinneringen aan oorlog en bevrijding in de Maasstreek | 1995 - door Harie Rouvrye (volgt)

Aanleg Julianakanaal 1935 Elsloo, Stein en Urmond | 1996 - door Harie Rouvroye en Louis Schreurs

# De stiefköppige Maaskentjers | 2009 - door Guus Peters en Harry Strijkers, uitgave Stichting Streekmuseum Elsloo 

# Trampele in Corona-tied mit Jo Cobben | 2020 - een serie herinneringen van Jo Cobben in Aelsers Plat (dialect) geschreven

Boek "Herinnering aan oorlog en bevrijding in de Maasstreek"

Vanaf heden kunt u het boek "Herinnering aan oorlog en bevrijding in de Maasstreek" van Harie Rouvroye uit 1995 hier kostenloos lezen / downloaden.

127 pagina's met veel foto's. 
Foto's zijn vrij donker omdat door het professioneel scanbedrijf de nadruk is gelegd op goede leesbaarheid van de tekst.
Geschreven door Harie Rouvroye. Eindredactie: A. Macco en P. Spaan

Een uitgave van Heemkundevereniging Maasstreek uit 1995.
De 1e en enige druk van het boek is al sedert 1995 uitverkocht.

Lees / download hier het boek "Herinnering aan oorlog en bevrijding in de Maasstreek" van Harie Rouvroye.

H. Rouvroye bewaarde vanaf het begin van de Tweede Wereldoorlog alles wat hem aan pamfletten en gebruiksvoorwerpen e.d. in handen viel. Op grond van die unieke verzameling en zijn kennis heeft hij een chronologisch verhaal over dorpen in de Maasstreek tijdens de oorlog geschreven, waarbij het accent overigens ligt op Elsloo. Het is een dagboekachtig verhaal over gebeurtenissen tijdens de oorlog, rijkelijk geïllustreerd met soms unieke foto's. Bijzonder zijn de foto's van de gebruiksvoorwerpen, die mensen met spaarzaam beschikbare middelen hebben gemaakt, en van de bevrijdingsoptochten uit Elsloo, Stein en
Urmond. Dit werk vormt een uitstekende aanvulling op de kennis over de Tweede Wereldoorlog in de Maasstreek.

Boek oorlog bevrijding Maasstreek

Huiveren in de Maasstreek

In 1882 schreef Jacobus Craandijk in deel 6 van zijn "Wandelingen door Nederland met pen en potlood":

Zeker, wat wij netheid noemen, is schaarsch in Steijn te vinden! Als er welvaart is, dan wordt dat aan de gansche lange dorpsstraat althans niet openbaar. Bij de gedachte, om hier in een van die huizen te wonen, zelfs om in den zomer hier eenigen tijd te vertoeven, zouden wij huiveren.....

Voor de goede orde: hij heeft het over Stein...  Natuurlijk was het wel een cultuurschok, want Craandijk was in 1882 predikant van de Doopsgezinde Gemeente in Rotterdam.

Trouwens de rest van zijn trektocht door de Maaskant is positief en voorzien van mooie pentekeningen.

Onze morgenwandeling naar Steijn en Elsloo geeft ons dan ook weêr iets nieuws te zien en brengt ons in een paar zeer eigenaardige en hoogst schilderachtige dorpen, wier omstreken aan natuurschoon rijk zijn.

Je krijgt een prima indruk hoe het eind 19e eeuw in onze contreien uitzag. Lees hier zijn verslag (vanaf pag. 33)

Met dank aan Anita van Mulken die dit reisverslag in de Digitale Bibliotheek op internet vond.

In 1981 heeft uitgeverij De Lijster in Maasbree het boek opnieuw uitgegeven; voor ca. 10 euro is het tweedehands op internet te vinden. Bijvoorbeeld bij Boekwinkeltjes.nl

Overigens is het boek ook nieuw, als heruitgave te koop bij de boekhandel, 304 pagina's paperback voor 25 euro. Bijvoorbeeld hier >

craa001wand06ill03 2

De Stiefköppige Maaskentjers

In het kader van haar vijftigjarig bestaan en als afsluiting van de festiviteiten rondom dit jubileum heeft de stichting Streekmuseum Elsloo een bijzonder boek uitgegeven. “De stiefköppige Maaskentjers” met Guus Peters en Harry Strijkers als auteurs en met verdere medewerking van fotograaf Fons Verhoeve, Jacques Janssen en Huub Breuls. Inmiddels is het boek uitverkocht; een herdruk wordt overwogen.

De subtitel “Leven en overleven in de Maaskant” geeft reeds aan dat het leven aan de Maaskant in vroegere tijden niet altijd van een leien dakje is gegaan.
Het boek had er al moeten zijn, maar door de ziekte van Guus Peters is het project iets vertraagd.  De inhoud van dit boek is gebaseerd op eigen onderzoek, ervaring, overlevering, archieven, lokale literatuur en gesprekken met inwoners en streekhistorici.

auteurs guus peters en harrystrijkers

Auteurs: Guus Peters en rechts Harry Strijkers

Identiteit
De Maaskant is altijd een aparte streek geweest met bewoners die nog steeds een
eigen, door de eeuwen heen, gevormde identiteit kennen. Afgeschermd door enerzijds de vroegere uitgestrekte Graetheide en anderzijds de Kempen waren de Maasdorpen aan weerszijden van de rivier op elkaar georiënteerd met de Maas niet als scheidende maar als verbindende factor. De vroegere heersers stonden ver van hun af en waren veel afwezig. Misschien is dit ook de oorzaak van de onafhankelijke en zelfstandige houding van de Maaskanters. Gezag en inmenging van buitenaf accepteerden ze namelijk niet zonder meer. Hiertegen stelden ze zich steeds, als het moest met alle middelen en als een eenheid, te weer.

Karakter
De strijd tegen de grillige rivier en de economische tegenwinden hebben het karakter van de Maaskanter gevormd tot het type van de overlever. De Maas heeft ook haar invloed gehad op de vorming van de Maaskanter, met name de vele overstromingen en de legers die hier in vroegere tijden rondtrokken. Voor buitenstanders is dit strijdbaar karakter vaak de reden geweest om de Maaskanters af te schilderen als “deugneete, verrekkkelinge en vregte vrouwluu.“
Wat echter altijd onderbelicht is gebleven, is dat het overgrote merendeel van de Maaskanters altijd hard werkende, zelfstandige en vrije mensen zijn geweest. Mensen die zich steeds aan de omstandigheden moesten en wisten aan te passen. Hierin gesteund door een sterke band met elkaar en met hun dorp. Ze gingen liever naar de brikke of de mijnen, dan dat ze zonder strijd hun autonomie prijsgaven. Wat men over hen ook zei of dacht, de Maaskentjers hadden hier geen boodschap aan. Ze beschouwden zich als gelijken en als eenheid vochten ze om economisch te overleven, tegen de Maas en voor een toekomst voor hen die na hun kwamen, wij dus! “Ze leete zich einmaol neet alles zekke en zwa maer aafpakke”

Inhoud
Het boek beschrijft het verhaal van de Maaskant en Maaskanter volgens de overlevering uit de streek zelf. De intentie is om de huidige Maaskanters en geïnteresseerden meer inzicht te geven in karakter en achtergrond van de vroegere bewoners van de dorpen in de Maaskant. Niet om de dingen mooier te maken dan ze waren, maar wel om ze in een juiste context te plaatsen.
Het boek is zeer gevarieerd van inhoud. Na een voorwoord van voorzitter Harry Dobbelstein en een Ten Geleide van Guus Peters schetst Harry Strijkers in het kort de weinig florissante geschiedenis van de gewone man in de loop van de eeuwen.
Guus Peters heeft het hierna uitgebreid over de stiefköppige Maaskentjers en beschrijft in begrijpelijke taal en met vele anekdotes de Maaskant en haar bewoners. Het artikel Klokkengelui over de Maaskant, eveneens van Guus Peters, illustreert op treffende wijze steeds weer het gevecht van de Maaskanters met “Mooder Maas.”
Harry Strijkers geeft in het kort van alle Maaskantdorpen  in de gemeente Stein een historische schets en hierna volgt, eveneens van zijn hand, een reeks artikelen over bekende persoonlijkheden en gebeurtenissen onder de titel “Zwerftochten door het Maaskants Verleden.” Een speciale wandel- en fietsroute met als naam “De Maaskanter” is door Jacques Janssen uitgestippeld en wordt in dit boek opgenomen.
Een eigentijdse Maaskantse fotogalerij wordt verzorgd Fons Verhoeve. Hij heeft in de loop der tijd een indrukwekkend oeuvre aan artistieke foto´s over de mooie Maaskant opgebouwd.
Van verzamelaar Huub Breuls uit Elsloo zijn unieke foto´s van Oud-Urmond in het boek opgenomen. Ook het Limburgs Genealogisch en Geschiedkundig Informatiecentrum te Stein is bij dit project betrokken.

Het boek was enkele dagen na uitgifte reeds uitverkocht. Er komt geen tweede druk. Daarom kunt u het boek hier lezen en/of downloaden >

 

Heemkundesnippers Maasstreek

Heemkundesnippers Maasstreek nr.1 oktober 1986 voorzijde

Vanaf oktober 1986 bracht de Heemkundevereniging Maastreek een serie boekjes uit over geologie, archeologie, geschiedenis en folklore van Stein, Elsloo, Urmond en directe omgeving. De boekjes kostten destijds 5 gulden per stuk (2,25 euro)

We gaan deze serie, die uiteindelijk een 30-tal boekjes zou beslaan, online zetten zodat iedereen hiervan kan genieten en kennis kan opvijzelen. 
Dat zal niet in een keer gebeuren, maar onregelmatig en met tussenpozen. Dus kom vooral regelmatig eens kijken.

U vindt de serie via onderstaande menu, klik op -lees meer-  (of via het hoofdmenu "Links")

Lees meer

Uit Elsloo's Verleden - 1973

Op veler verzoek plaatsen we het boekje "Uit Elsloo's Verleden" uit 1973 op deze site ter inzage en download.

Elsloo Verleden 1973 voorzijde

In 1973 samengesteld door de toenmalige conservator van het Streekmuseum, de heer Sjang Peters. Een echte Elsonaar die in de Kaakstraat woonde. Hij gebruikte bestaande publicaties en vulde die aan met zijn eigen kennis en die van diverse andere "Aelserlogen".

Het goed gedocumenteerde en lezenswaardige boekje (91 pagina's) werd in de "Oos Heim" serie uitgegeven door uitgeverij Het Land Van Valkenburg; het is overigens al vele jaren niet meer te krijgen.

Met een beetje geluk heeft de jongere generatie het in de boekenkast bij pap en mam of grootouders zien staan. En vanaf nu ook hier op deze website!

KLIK HIER voor download

 

Boek: Aanleg Julianakanaal 1935

Aanleg Julianakanaal 1935 omslagU kunt vanaf heden het boek "Aanleg Julianakanaal 1935" gratis lezen / downloaden.

224 pagina's met veel foto's. 
Geschreven door Harie Rouvroye en Louis Schreurs. Eindredactie: Piet Spaan

Een uitgave van Heemkundevereniging Maasstreek uit 1996.
De 1e en enige druk van het boek is al sedert 1996 uitverkocht.

Foto's zijn vrij donker omdat door het professioneel scanbedrijf de nadruk is gelegd op goede leesbaarheid van de tekst. De foto's in het originele boek waren overigens ook al vrij donker.
Heel sporadisch zijn er 2e hands exemplaren op internet te vinden. Gezien de zeldzaamheid worden daar vrij stevige prijzen voor gevraagd.

Hier kunt u nog een powerpoint over de aanleg van het Julianakanaal bekijken >
gebaseerd op bovenstaand boek.


Hieronder unieke beelden uit ca 1930 gefilmd op de Scharberg bij Elsloo waar graafwerkzaamheden plaatsvinden voor de aanleg van het Julianakanaal. Een groot deel van de oude kern van Elsloo werd gesloopt en afgegraven.

Trampele in Aelse in de corona-tied -Deel 14-

Foto boven: visitzuidlimburg - embed

Trampelentaere door Aelse kóm ich haos eeder waek waal éns langs 't Blúúske in Katsep. Geréigelt mót ich dan weer trukdénke aan de zoomerkirmesse óét de jaore 1945-1950. 't Blúúske woor dan gebrúúk es rösêltjer bíé 't rónjttrëkke van de presêsse.

Op die kirmesdaag spitsde zich de méíste luuj van Aelse. Dan kooste ze veur 'n paar daag dae rot-tíét vergaete woo-in ze laefde. D'n aorlog waor dan waal euver, mèr d'n ermoot waor nog dao. En ouch dat allezelaeve hêl sjófte óm e bitje rónjt te kénne kómme. Daag in, daag óét.
Ich zal trachte uch te verdutsje wíe dat in z'n werk ging. Dao ging allezelaeve 'n prúim wirk aan veuraaf, dat gaef ich uch op e breefke. Laote veer dan mèr beginne, zag de vos taenge de hinne.

kapel catsop

Dan begin ich mèr mit de kníén dae op kirmeszóndig bíé väöl Aelsenaere op de taofel kaom. Om 'ne kníén bíé de middig te höbbe, móste bíé d'n éin of angere dae kníen trók, de kníen bestëlle dieste nwèdig houws. In 't vreugjaor gingste dan díen kníen aafhaole óm ze vët te maste. Dóé mós zelf zörge veur 't voor; 'n gesjêf mit kníensvoor besting neet. Daoróm zaogste vanaaf 't vreugjaor väöl mansluuj mit 'n mênjel of e körfke achter op de fits door Aelse fitse. Méístes wis eederéín waal 'ne graaf wooste dóédistele, serêl, reinvaart en anger króét koos vénje. Dat snee 'r dan mit e mêts of kníép aaf. Veur 't geval dat 'r goot graas vónj, houw 'r 'n zeekel bíé zich. Houw 'r géin zeekel dan deeg 'r dat graas króéwe. Dao mót aevel ouch waal gezag waere dat 'r op z'ne tíét mit angere sting baare te bénje of te aubette. Dao deege ze zich waal de tíét veur aan.

Ouch houwste van die gelökkige Aelsenaere die 'ne moostem houwe. In dae moostem waor dan geméínlik e stökske graas. Dat gebrúúkde de vrouw es bléík. Ze lag dao de wêsj te bleike ês de zón sjeen. Zwa woor de wêsj sjwan wit. Häöre man fisternölde van kúúkedraod, gêt latte en kaeperkes e saortemënt kwaij van 2 bíe 1 maeter. Aevel zónger baojem. Dao zat 'r dan de kníén in. Houw de kníén 't graas kort aafgevraete dan woor de kwaij wier getrókke. Zwa koos de kníén zich weer begaaije aan núút lank en vees graas. Waeme de keutele opruimde, wéít ich neet.

Eederéin houpde mèr dat de kníén zich goot zou sjikke. Dus dat 'r neet alléin lang hwarre mèr veural dikke achterpwêt en 'ne dikke rök zou kríége. Wíeväöl kníen eine houw, hing aaf van de grwètte van de femíéje. En ouch van de kwaije die 'r houw. Dat verstéít zich. Daegeene, dae géíne aart houw óm kníen te maste, of géin plaats houw, mós ze maonje veur de kirmes bíé 'ne boer of 'ne angere fokker bestëlle. Anges houw 'r mit de kirmes géíne kníén in de kaetel. Waor de daag gekómme, dónderdig of vríedig veur de kirmes, dan woor de kníen in z'ne nak gehóuwe. Ze pakde de kníén dan mit éí hènjt bíé z'n achterpwèt en heele 'm 't ungerstebaove. Dan heeve ze 'm mit 't anger aope hènjt in z'ne nak. Mit éín gooj petat waor de knien dan geréít veur de kaetel.

Euveral zaogste de kníen aan hun achterpwêt aan de wêsjdraot hange óm geslach en gestrúíp te waere. Dat strúípe waor trouwes ouch 'n kóns. Wie minder me in 't vêl houw gesneeje, wíe mjè me van de lómmele-krjèmmer, dae ze kaom ophaole, bäörde. Waor 'ne kníén gestruip dan woor 't vêl gevölt mit strwè. Dus de haorige kènjt zaot aan de bénnekènjt. De krjèmmer hing de vêlle aan 'ne stêk van 'ne maeter of tsjwè. Zwa leep 'r mit tóére mit de stek op z'n sjouwers woo 15 vêlle aanhinge. De krjèmmer betaalde e paar dubbeltjes of gêt rwaije lúíp veur e vêl. Zwa houw de Aelsenaer gêt extraa zóndessênte veur de kirmes.

lompenboer

lómmele-krjèmmer (voddenman, voddenboer, lorrenboer) afbeelding: wikipedia

De kníén is nóé vaerdig óm in d'n aetje gezat te waere. Mèr ich tróe mich neet óm híe gaon te sjríéve wie me de lekkerste kníén in 't zóér maak. Dat mót eederein zelf óétvoogele. Ich wil neet stênse, mèr ich hób 't bëste resêp. Ich hób m'n Mêm aevel op m'n blwatte kneeje en op bêrvesse veut mótte belaove dat nwats te verraoje. Daobíé mós ich zeeker 5 menuute op m'n kneeje op de plaafuuze van de achterkäöke blieve zitte. En dat pitsjde dat 't verrëkde. Mèr ich gebrúúk gróffelsnaegel. Dat maog geer waal wéíte. Zwa zeet geer mèr éns wat 'ne smak wirk 't waor óm 'ne kníén in de kaetel te kríége mit de kirmes.
Hëlgekómbêrves, nóe loup geer nao de super en e keteerke laater höb geer zwaväöl kníen es geer wilt höbbe. Mèr de méíste vaare ouch nog mit d'n ootoo nao de super. Hoove ze neet te sjörge mit de kníén.

Gaot mèr 'ns goot deveur zitte want ich begin nóé mit de vlaai en wat daobíé nwèdig waor. Om vlaai te bakke, móste in dae tíét 'ne grwatte aove höbbe. Vlaai woor mèr hwagóét 3 of 4 kjère per jaor gebakke. Mèr dan waal zwaväöl dat geer 't lichelik neet van mich zult geluive. Dao kóm ich laater op truk. Goot en waal.
In Aelse stinge êttelikke sjanse-aoves. Me gebruukde aevel ouch waal de naam 't bakkes. De naam zaet 't al. Die aoves woore gestaok mit sjanse. In 't naojaor woore de fruitbúim gesnoeijt. Ouch de dáörehëGGe woore dan óngerhènj genómme. Van 't hout maakde ze sjanse. De têk woore bíéjéín geraap en op 'n lèngde van hwagóét 80 cm. aafgehóuwe. Dan woore ze obbéín gebêrmp pës 'ne doorsneet van 50 sentemaeter en bíéjéín gebónje mit dunne gegleujde íézere sjansedraot. Om de sjansedraot goot aan te trëkke gebruukde me 'ne sjanseklöppel. Bíé 't maake van sjanse van däörehëGGe woore lang laere hèisje pës aan de ëllebaog gebrúúk. Ouch houwe ze laere kemasje aan. De sjanse woore dan bíe de aoves obbein gebêrmp. Veer houwe bíé ós geine aove, mèr de achternaober houw waal éíne. Dus woore de sjanse in de hóéswei naeve de däörehëk bíé de naober gelag.

Kirmes... vlaai! ...en väöl  (Afbeelding: embed)

Mèr êffe gêt tösjedoor. Op 'ne gezadde daag zag de Mêm taenge mich dat ich e stök of daartjièn sjanse euver mós gwaije. Nónk Maan {de achternaober} ging d'n aove staoke. Dus ich krwap in m'n korte brook en op m'n klómpe die míét op en begoos sjanse euver te gwaije. Lichelik houw nónk Maan dat gezeen en kaom de moostem in. Hae zag dat 'r 12 gewoone en e stók of 5 däöre sjanse nwèdig houw. Wie ich vaerdig waor, krwap ich nao óngere. Nónk Maan reep mich en zag dat 'r 'ne babbelaer veur mich houw. Dae babbelaer zaog waal gêt raar óét, mèr kóm op. 'ne Babbelaer is 'ne babbelaer, dach ich. Dus ich stwak 'm in m'ne mónjt. Mèr lekker waor toch anges. Ich slikde 'm daoróm mèr aaf. Nónk Maan drèjde zich óm en klènjerde mit e paar sjanse nao 't bakkes. Wie ich êffe laater bíé ós de käöke bénneleep, veulde ich gêt raars in m'ne maag. Ich kreeg ouch krampe. Ich höb zeeker 3 óére mit, wie ze in dae tíét zagte, pênspíen rónjtgeloupe. Nónk Maan höb ich vanaaf dae daag neet mjè gemaog. Dae verrëkkeling houw mich e sjikske gegaeve. 

Wooróm houw nónk Maan zwaväöl sjanse nwèdig? Hae mós 't jèste 'ne aove brwat en daonao 2 aoves vlaaie bakke. In de jèste aove gebruukde hae 12 of 13 sjanse. Dan woor 't brwat gebakke. Bíé de volgende aove, beek 'r vlaaije. Ze houwe géíne thermomaeter óm de hits te maete. Mit hun kénnis zaoge en veulde ze of ze weer e paar sjanse móste staoke veur de volgende aove vlaaje of brwat. En däöre-sjanse gaove mjè hits. Zwa ging dat dóe in ze wirk. 
Ich snap, nao haos 83 jaor, de óétdrökking: "dae haet sjans" nóé nog neet. 't Betéíkent: "hij heeft 'n oogje op iemand of iemand heeft 'n oogje op hem". Wat haet dat mit sjanse te maake? Ként éíne mich hêlpe? Dit êffe tösjedoor.

Zwa 'ne aove woor gebóet van bakstéin, mergel of vêljtbrandstéin en léím. De léngde waor tösje 1 en 3 maeter. De bréítetösje 1 en 2 maeter. De baetere aoves houwe 'ne gewölfde plefóng. Dan woor de hits baeter vasgehóúwe. De aovesmóel koos tóegemaak waere mit 'n iezere plaat van ca.70 bíe 55 cm. D'n aove woor waal goot óngerhouwe. Waore de sjanse óétgebrant dan woor mit 't aomerteníézer, dat 'ne lange íézere haok waor, de rêste van de sjanse en d'n aomer óét d'n aove getrókke. Daonao gebrúúkde me d'n aovewösj. Dat waor 'ne lange houte steel mit aan 't óéténj 'ne wösj strwè of brjèmme. Daomit maakde ze dan de vloer van d'n aove goot zuuver. Dan koos de volgende bak brwat of vlaaije drin. Pës euver e paar waeke. Dan gaon ich ech euver de vlaaije kalle.

Zónger richtig Aelser plat op sjwal
Greujt 't Holles plat wie kwal

Ich wil 't mèr gezag höbbe.

Kómplemënte,

Jo van Sjef van An óét de Héí.

Trampele in Aelse in de corona-tied -Deel 1-

Op de foto: Catsop - De Knup

De zón sjeen, haos géíne wénjt, min luuj op de waeg, dus effe dróét.

De jèste dae ich taengekaom waor Sjang van Bella óét de Gats. Hae begoos te snootere euver zíéne moostem. Dat 't väöl te drweg waor en de wénjt óét de verkjèrde hook kaom. Mèr z'n junkerkes en grafiaote stónge waal al sjwan in de bleuj. De dikke bwanne zaote aevel hardstikke ónger de meelje. Ouch mós 'r nog de slaaikrwatte gaeje en aaftrëkke. Es ich zin houw koos ich mich 'ne póes witte króétnaegel bie häöm gaon haole. Wie 'r ouch nog euver de moutheuvele begoos, houw ich m'n túút waal vol en zach dat ich géíne tíéd mjè houw. Ich heef aaf en leep de Vjèstraot in en wier de Knup op.

In éin van de wéíje leepe get bjèste en rénjer. Zwa te zeen waor éin van die bjèste speelich. Wie ich dao zwa stong , kaom, of de duuvel daomit speelde, Hubaer van d'n haole Pie aangefits. Hae stapde aaf en zach dat 'r kaom kíéke wie 't mit de de maus bjèste waor. De dúur stóng te trampele van óngedöljt, zach 'r lachentaere. Ouch mós 'r nog get gaon doon aan de krauwepwèt.

Ich leep wíer de Knup op en baove waor e maedje 'ne jóng aan 't aaftrëkke.  (oftewaal: ut maedje maakte ein foto van de jóng) 
Ich zach de ze goojedaach en leep wier.

Door 't Sjièkkendaal leep ich Katsep in. Naeve 't hóés woo Bokke-Ljèn en Kwab d'n Uul gehóest houwe, waore e paar man aan 'n ouwer hóés aan 't wirke. Eíne van die mansluuj zaot baove op de vees zich éin segret te rouke. Wie ich vroog of ze nog väöl te doon houwe, begoos éine van die tsjwè te lache. Aan deeze kraom kumpste nwats óétgewirk, zach 'r. Veer mótte de kraom van ónger pës baove euvernuuts pljèstere. Ouch de kaanjel laek wie 'n zeef en dao zal nog waal mjè te doon zeen. Mèr ich mót nóé'nao de tandarts want ich verrëck van de píen aan 'ne ouchstènjt.

Ich leep wíer 't Ermstervèljt in en kaom géíne mjè taenge. Zwa zeet geer waal datste ouch in de coronatíéd noch get kèns belaeve.

Gesjreeve door Jo Cobben (Jo van Sjêf van An óét de Hei) van de Platte Aelsenaer

 

Voetnoot:
Regelmatig ziet u in de tekst woorden staan met de G in hoofdletters. Zoals bijvoorbeeld liGGe of zëGGe. De schrijver doet dat om duidelijk te maken dat het een klank betreft die het midden houdt tussen een g en een k.
Je spreekt het uit zoals "egg" in het Engels.

Trampele in Aelse in de corona-tied -Deel 2-

Foto: P.B. Kramer, www.beeldbankgroningen.nl (1785-17325)

Wie ich e paar daag geleeje de Gaeversdellewaeg aaftrampelde, veel mich in, dat ich al jaore neet mjè op de Hoos waor gewaes. Dus ging ich de Hoos op langs de koostal van Claose. Pës dao waor de waeg getart. Daonao neet mjè.
Nao 'ne maeter of víéftig koos ich kónkledeere dat dao de lèste 60, 70 jaor noch niks verangert waor. De hoofslaag kooste nog good zeen en dao laoge 'ne smaer grwatte en kleiner klauwe. Dao waore ouch genóg kóéle. Mit 'ne fits móste híé neet kómme. Dan leepste grwatte kans óm 'ne kepotte bènjt te kríége.
In de graaf stónge 'ne rómfel kollebloome, die ich al jaore neet mjè gezeen houw. Geer ként 't geluuive of neet, mèr 't krejoelde dao van de bíeje en hómmele.

Wie ich dao zwa leep mós ich aan de tíéd dènke wie ich mit de pap de Hei in mós óm mit te huije. In de Hei houw de mem 'n grous. Die woor gebrúúk óm 'ne wéntjerveurraod veur de keu aan te lëgge. De pap wirkde waal väöl helder es ich. Ich leep mèr get mit de raek of de gaffel te klwatte.
Taenge 'n oer of drie kaom dan de mem mit de smouwere mit rauw sjénk, fluitekjès of gekaok spek. De pap kreeg ouch nog 'ne tuit tjè en ich e flesjke limmenaat. Ouch kreeg ich ummer get babbelaere. Méístes waore dat spekskes of stökskes kristekook. Ouch kreeg ich waal èns zeut hout. 

Es ich dan zwa in m'n blwatte pens op m'ne rök in t hui laog, lóésterde ich nao de ljèwerik. Dae rotzak zaogste haos nwats. Dae deeg allein mer kwettere en sjettere. Dat gelóét höb ich zeker al 40 jaor neet mjè gewèrt.

Ouch mós ich trukdaenke aan dae tíéd wie de kénjer hunne tíéd ómkreege. De jónges laoge ummer mit e man of 4, 5 bíéjéín. Ze waore dan aan 't knubbele of aan 't bökskesprénge. Ouch deege veer waal doppe of uuve. Bíé dat uuve móste allezelaeve good oplëtte. Dao waore van die batjes die dat speelke good kóste en dich 'ne pwat kooste óéttrëkke. Dat wil zëGGe datste alle uuve aan die raekele verloors. Voetballe deege veer ouch. Dao waore wéíje genóg.

De maedjes deege anger speelkes. Dat verstéít zich. Die waore aan 't hénke, tuike sprénge of prikke. Ich höb in dae tíéd ummer mit verwónjering staon te kíéke es e maedje mit 4 of 5 bel waor aan 't prikke. Die deege ouch waal strikke en de gans hènjigge deege ouch krosjeere.

Wie ich get laater op 't kirmestrein leep, zaoch ich e stök of 3 streng van a jaor of 13, 14 op 'n bank rónjt-hange. Eíne waor zich aan 't begaaije aan e pekske keukskes, d'n angere vermeubelde 'n túút chips en de driede drónk zich e blikske Cola.

Nóé maog geer keeze welke kénjer gelökkiger waore. Nóé hange ze allein mèr achter hunne kompjóéter, hunnne x-box en wéít ich wat noch mjè. En ouch nedflix, videoland en gaot zwa mer wíer. Gröpkes van estök of 5 kénjer zúúste gaaróét neet mjè.

Ich wéít zeeker dat de méíste kénjer 70 jaor geleeje gelökkiger waore. 

Gesjreeve door Jo Cobben (Jo van Sjêf van An óét de Hei) van de Platte Aelsenaer

 

Voetnoot:
Regelmatig ziet u in de tekst woorden staan met de G in hoofdletters. Zoals bijvoorbeeld liGGe of zëGGe. De schrijver doet dat om duidelijk te maken dat het een klank betreft die het midden houdt tussen een g en een k.
Je spreekt het uit zoals "egg" in het Engels.

Bezoekersinfo

Openingstijden

Dinsdag t/m Donderdag 13.00 - 16.00
Zondag 14.00 - 17.00 uur

Op afspraak

Groepen en scholen

Locatie

Op de Berg 4 - 6
6181 GT Elsloo (L)

Contact

Email:
Telefoon: 046-4376052

Streekmuseum route
Voor het optimaal functioneren van deze website worden cookies op uw computer geplaatst. Daarbij worden geen persoonlijke gegevens opgeslagen.
Door op ‘Akkoord’ te klikken, accepteert u het plaatsen van cookies. Als u cookies weigert, kunt u de website gewoon blijven gebruiken maar dan werken de website of onderdelen daarvan mogelijk niet optimaal.