Hulp bij toegankelijkheid

Rijke cultuur en historie op kaart gezet

De gemeente Stein heeft een rijk verleden. Als één van de eerst bewoonde streken van Nederland zijn er al tal van archeologische vondsten gedaan, en barst deze streek van het bijzonder erfgoed. Tot voor kort werd dit echter amper beschermd, met het verdwijnen van waardevolle gebouwen en elementen tot gevolg. Om ook dát tot het verleden te laten behoren, is vijf jaar geleden het Erfgoedproject Stein van start gegaan. Dat project wordt binnenkort afgerond.

Wethouder Gina van Mulken (sport, cultuur, recreatie & toerisme): “Wat begon met het idee voor het ‘simpelweg’ aanwijzen van gemeentelijke monumenten, mondde uiteindelijk uit in een toonaangevende cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Stein. En dat was nodig: in 2016 telde Stein maar weinig erkend erfgoed. Best vreemd voor een gemeente met een groot historisch verleden.”

Unieke landschapsontwikkeling
Dankzij waardevolle samenwerkingen met meerdere historische verenigingen is de ruimtelijke geschiedenis van Stein in beeld gebracht. Niet alleen de ontwikkeling van de kernen, maar ook het landschap maakte hier deel van uit. Want ook dát is bijzonder in deze gemeente. In Stein komen het Heuvelland, de Maasvallei en het Graetheideplateau – drie landschappen met elk een eigen karakter – op een natuurlijke manier samen. In een landschapsbiografie is precies inzichtelijk gemaakt hoe het landschap zich heeft ontwikkeld.

Bijzondere verhalen
Hoewel erfgoed theoretisch over stenen gaat, gaat het natuurlijk écht over de eeuwenoude verhalen die deze vertellen. En in dit geval, het bijzondere verhaal van Stein. Als je weet hoe het landschap, de kernen en bebouwing zich ontwikkeld hebben, herken je de historische elementen die nog behouden zijn en weet je ze op waarde te schatten. Bij al die elementen hoort een verhaal en die willen we bewaren. 

Onderlinge verbanden zoeken
Bij de start van het project is Buro4 als specialist op het gebied van erfgoedzorg ingeschakeld. Door het erfgoedproject groots aan te pakken konden alle aspecten – stenen, landschap, monumenten en meer – in samenhang met elkaar worden onderzocht. “Het totaalplaatje en de onderlinge verbanden leverden veel nieuwe inzichten op”, vertelt Har van der Borgh, Buro4. “Ook de hulp van de inwoners was onmisbaar: tijdens één van de informatieavonden kwam bijvoorbeeld aan het licht dat er bij graafwerkzaamheden in Stein oud muurwerk was gevonden, op de plaats waarvan we al vermoedden dat er een vluchtburcht was geweest. Door al die gegevens te combineren schoof het geheel langzaam maar zeker in elkaar.”

Cultuurhistorische waardenkaart
Het uitvoerige onderzoek heeft geleid tot een cultuurhistorische waardenkaart die uniek is in Nederland, en als voorbeeld dient voor andere gemeentes. De kaart is niet alleen een naslagwerk van het te beschermen erfgoed, maar het is ook een startpunt voor een nieuwe manier van omgaan met historie en cultuur.

Erfgoed (h)erkennen staat hierbij voorop – de waarde van onze geschiedenis moet de aandacht krijgen die het verdient. Dat doen we door het erfgoed te beschermen en de huidige kwaliteit te verbeteren.

Beschermen van waardevol erfgoed
Wethouder Danny Hendrix (fysieke leefomgeving): “Om het waardevolle erfgoed te beschermen, wordt er een bestemmingsplan opgesteld. Het bijzondere van dit bestemmingsplan is dat al het ruimtelijk erfgoed is meegenomen. Zo is de historische infrastructuur en het waardevolle groen nu ook beschermd. Het plan bevat regels over hoe om te gaan met beschermd erfgoed. Het bestemmingsplan ligt medio april ter inzage. Mochten er zienswijzen worden ingediend, dan worden deze meegenomen in de definitieve vaststelling.”Trots op Stein
Tot slot is er ook speciale aandacht voor de beleving van deze culturele schatten. Zo is er de wens om monumenten toegankelijker te maken, zodat zowel bewoners als toeristen er op de best mogelijke manier van kunnen genieten.

Kijk HIER voor de cultuurhistorische waardenkaart.

Stein cultuurhistorische waardenkaart

Erfgoedbeleid

De gemeenteraad heeft het erfgoedbeleid vastgesteld. Belangrijk om te weten is dat het waardevolle erfgoed door middel van een bestemmingsplan beschermd gaat worden. Dit plan bevat regels over hoe om te gaan met beschermd erfgoed. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan het bestemmingsplan. Naar verwachting zal het bestemmingsplan begin april ter inzage worden gelegd.

Cultuurhistorische waardenkaart

Het geselecteerde cultuurhistorisch erfgoed is in één overzicht te bekijken via de digitale waardenkaart. Klik hier om de waardenkaart te openen >

Tips bij het gebruiken van de waardenkaart:

  • Klik op legenda en schakel alle lagen uit. Zo kun je makkelijk de lagen aanvinken die je wil bekijken.
  • Links onderin staat een kleine plattegrond. Door hierop te klikken kun je kiezen voor een satelliet- of straatweergave. Op die manier zijn ook de straten en straatnamen zichtbaar.
  • De waardenkaart werkt het beste in Google Chrome.

Selectie waardevol erfgoed

In 2016 zijn we gestart met het Erfgoedproject Stein. In de afgelopen jaren is veel werk verricht om de identiteit en unieke kwaliteiten van Stein in beeld te brengen. Met name historische verenigingen hebben een waardevolle bijdrage geleverd aan het in beeld brengen van de ruimtelijke geschiedenis van Stein en inventarisatie van het erfgoed. Uniek hierbij is dat niet alleen gebouwen en historische nederzettingsstructuren zijn meegenomen maar ook het landschap, historisch groen en overig erfgoed. Dit houdt in dat er rekening is gehouden met het gehele ruimtelijke erfgoed waarbij het totaal van de cultuurhistorische waarden onder de loep is genomen.

St. Anna-Te-Drieën, een beeld met een verhaal

Op 22 maart 2014 stond een uitgebreid artikel in dagblad De Limburger over De meester van Elsloo. Guus Peters schreef het verhaal achter het beroemde beeld St. Anna te Drieën.

Op initiatief van de oud conservator van het Bonnefantenmuseum, Peter Te Poel, is er onderzoek gedaan naar de bronnen van De Meester Van Elsloo, waarvan het meest bekende beeld, de Sint Anna te Drieën, in de Augustinuskerk in Elsloo staat. Hij heeft voor dit onderzoek de hulp ingeroepen van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonuim te Brussel. Over het onderzoek en de studie naar de diverse beelden is een boek uitgebracht onder de titel: A Masterly Hand. Deze link is een verwijzing naar de e-book uitgave hiervan.

Vanaf blz. 48 van dit boek staat de geschiedenis van deze Anna te Drieën beschreven. Zo staat vermeld hoe dit beeld in Elsloo is terecht gekomen.

In 2019 was het beeld Sint-Anna-Te-Drieën onderdeel van een uitgebreide tentoonstelling in het Bonnefantenmuseum in Maastricht over de Meester van Elsloo, aan wie het beeld wordt toegeschreven. Hieronder de toelichting van curator Lars Hendrikman.

Meester van Elsloo. Van eenling naar verzameling
Aan het einde van de middeleeuwen bestond in het huidige Maas-Rijngebied een levendige productie van houtsculptuur. Helaas is meestal onbekend wie deze beelden besteld of gemaakt heeft. Om toch enig houvast te krijgen werden deze beeldhouwers van een 'noodnaam' voorzien, en veruit de bekendste daarvan is de zogenaamde 'Meester van Elsloo'. In voorbereiding op deze tentoonstelling zijn de afgelopen jaren diverse onderzoeken verricht naar de aan deze meester toegeschreven beelden. Ondanks dat blijft zijn identiteit in nevelen gehuld. In de tentoonstelling doen we de zoektocht in de kunstgeschiedenis sinds 1940 over. De meer dan vijftig eenlingen vormen nu samen tot 16 juni 2019 een grote verzameling.

Na afloop van de tentoonstelling moest het beeld uiteraard weer terug naar Elsloo. Hieronder een reportage van L1 over deze bijzondere logistieke klus.

Beeld Anna terugplaatsing

 

St. Anna te Drieën, een beeld met een verhaal

Samenstelling: Guus Peters

Meester-van-Elsloo

In de St. Augustinuskerk te Elsloo bevindt zich een beroemd beeld van St Anna-te-Drieën. Om de betekenis van dit beeld te verduidelijken willen we hieronder dieper ingaan op achtergrond ervan. 

Hoewel de St. Augustinuskerk diverse beelden bezit van hoge ouderdom, wordt in publicaties over haar collectie steeds één beeld speciaal toegelicht vanwege de grote kunstwaarde, de St. Anna te Drieën. Dit wil echter niet zeggen dat de overige beelden minder waarde voor de gemeenschap hebben. Integendeel, sommige beelden zijn zelfs veel ouder dan de St. Anna en, wat misschien belangrijker is, oorspronkelijk kerkbezit, hetgeen de St. Anna zeker niet is.

Aankoop in 1850
Het beeld is in 1850 door het kerkbestuur uit Elsloo aangekocht van het kerkbestuur van de Munsterkerk in Roermond. Deze aankoop was voor de inrichting van de toen pas gereed gekomen "nieuwe kerk", de Augustinuskerk. Uit het kasboek van de Munsterkerk blijkt dat op 2 januari 1849 en op 2 januari plus 6 maart 1850 diverse kerkelijke stukken zijn gekocht, waaronder de twee zijaltaren met het bekende beeld van de Meester van Elsloo. Ook het altaar in de rechter zijbeuk van de kerk waarop het beeld staat, is afkomstig uit de Munsterkerk te Roermond. 

Het totaal bedrag van de aankoop was 401 gulden en 35,5 cent.
Aardigheidje; het geld was betaald door de ontvanger van het kerkbestuur van Elsloo, J. Claessens. Dit was Johannes Claessen(s) die zich in 1836 in Elsloo had gevestigd en in de Maasberg de brouwerij annex herberg runde (alsook boerderij). Tevens was hij gemeente-ontvanger.

De St.Annagroep van Elsloo
In de St. Annagroep van Elsloo (130 cm hoog en 83 cm breed) zit moeder Anna, de grootste figuur, op een Dagobert-stoel (een gotische vouwstoel). Ze draagt haar traditionele kledij (breed vallend gewaad, een kindoek om haar hals en een kap met sluier op het hoofd) en heeft een boek bij zich (Anna atribuut, het refereert naar het Oude Testament en de belofte van de Messias).
Naast haar staat de jeugdige Maria, die zo jeugdig is dat haar gestalte niet boven die van haar moeder uitsteekt. Zij houdt het levendig weergegeven Kind dat speels naar Anna's open boek grljpt, met beide handen vast. Dat de groep van Elsloo reeds in de tijd van zijn ontstaan de aandacht heeft getrokken, blijkt wel uit het feit, dat hij reeds kort daarna gekopieerd werd. In het Rijksmuseum bevindt zich namelijk een vrije navolging van deze St.-Anna-te-Drieën in iets kleiner formaat (bron 5)

De Meester van Elsloo
De naam "Meester van Elsloo" werd in 1940 geïntroduceerd door de Limburgse kunsthistoricus prof. dr. J.J.M. Timmers, in een artikel in het tijdschrift Oud-Holland, getiteld: 'Een onbekend beeldsnijder der 16e eeuw: de "Meester van Elsloo". In 1936 tijdens een tentoonstelling in Sittard over kerkelijke kunstwerken van die stad en omgeving waarvan onze St-Anna-te-Drieën deel uitmaakte, viel het Prof. Dr. J.J.M. Timmers voor het eerst op dat verschillende ongesigneerde beelden in dorpskerken in Limburg een hoge artistieke waarde vertoonden en mogelijk van dezelfde hand waren.

Het beeld uit Elsloo werd als toonaangevend voorbeeld gezien voor het werk van deze onbekende meester. Omdat men zijn naam niet kende vernoemde men hem naar de plaats waar dit beeld stond nl. Elsloo (bron 1 en 3)
De beelden van deze onbekende meester(s) worden gerekend tot de School van Oppergelder (waarvan Roermond de hoofstad was). Hoewel de kunst in het Maasdal bloeide, schijnt zij sterk beinvloed te zijn door de toenmalige bloeiende Duitse beeldhouwkunst (bron 2). 

Groep kunstenaars
Inmiddels is uit onderzoek duidelijk geworden dat de aan "De Meester van Elsloo" toegeschreven beelden waarschijnlijk niet door één persoon, één kunstenaar zijn vervaardigd maar door een groep beeldensnijders. Deze groep laat-middeleeuwse beeldensnijders, die rond 1500 actief was in het gebied Opper-Gelre, het huidige Midden en Noord-Limburg, signeerden hun werk niet.
Wellicht is geen van de betreffende kunstenaars ooit in Elsloo geweest, laat staan dat zij daar gewerkt hebben. De naamgeving "Meester van Elsloo" heeft dan ook niets met de plaats Elsloo, maar alles met het hier aanwezige St. Anna-te-Drieën beeld te maken. 

De functie van kerkbeelden
In de middeleeuwen vervaardigde men een beeld niet zomaar; tot in details zitten deze heiligenbeelden vol symboliek. De af te beelden figuur diende de vaak ongeletterde gelovige en vereerder van betreffende heilige, als ideaalbeeld, welke hij als volgeling moest nastreven. Dit is ook van toepassing op de St. Anna-te-Drieën van Elsloo.

Ten tijde van vervaardiging van het beeld in de 16e eeuw kende de verering van Anna, de moeder van Maria geen grenzen. Men kan zich afvragen waarom Anna in deze periode zo vereerd werd en waarvoor zij werd "aangeroepen". Op de (voor velen onbekende) achtergronden van de St. Anna-verering zullen we nader ingaan.

Genealogisch hoogstandje
Het staat niet in de bijbel, maar volgens een latere legende worden Joachim en Anna genoemd als zijnde de ouders van Maria en dus de grootouders van Jezus van Nazareth.
De afstamming van Jezus en zijn familieverbindingen heeft de mensen vanaf de eerste eeuwen van onze jaartelling bezig gehouden. Er is naar gevorst en men heeft geprobeerd een kloppend beeld te scheppen. Maar toen de maagdelijke geboorte van Maria (niet te verwarren met Jezus' geboorte uit de maagd) een discutabel geloofspunt werd, was het belangrijker dan ooit de familieverbindingen te kennen en ook de manier waarop Maria's verwekking geschiedde.

In de bijbel worden Anna en Joachim als Maria's ouders genoemd, beiden waren toen al op hoge ieeftijd. Volgens de legende keerde Joachim terug naar Jeruzalem -dat hij enkele maanden ervoor had verlaten nadat de tempelpriester de onvruchtbare Joachim het offeren geweigerd had - en ontmoette zijn vrouw bij de Gouden Poort. Negen maanden later zou Maria ter wereld komen. Zij wijden Maria aan God toe en brachten haar als driejarige naar de tempel. 

Er is verder sprake van Maria's nicht Elisabeth en haar man Zachatias en voorts van apostelen, zoals Jacobus. Om alle betrokkenen binnen één netwerk van familierelaties (Heilig Maagschap) onder te kunnen brengen moest Anna wel meermaals gehuwd zijn geweest, een idee dat zich rond het jaar 1100 begon te verspreiden. Wat in de bijbel ontbreekt, vullen levensbeschrijvingen en mirakels verder aan.

Zo hebben zich omtrent Anna diverse legenden ontwikkeld, waarin zij tot drie keer toe trouwt en (wonderbaarlijk) op hoge leeftijd -buiten Maria- nog twee meisjes krijgt: Maria Cleophas en Maria Salomas. Deze laatste was de moeder van Jacobus de Meerdere en Johannes de Evangelist.

Anna was dus de stammoeder van een uitgebreid en heilig geslacht. Maar ook Anna had ouders: Emerentiana en Stollanus, uit de stam Juda. En een zuster Esmeria, die Efraïm trouwde. Uit hun verbintenis kwam Elisabeth voort, Maria's nicht en moeder van Johannes de Doper. In de 12e eeuw vervlecht men er nog een stamboom door: die van Elisabeth's broer Eliud. Via deze lijn kwam men aan St. Servaas. Al deze personen komen voor op een 15 eeuwse paneelschilderij in de St. Servaaskerk te Maastricht.

St. Annaverering
De Anna-devotie kent een eerbiedwaardige traditie, met de oudste sporen in het Byzantijnse rijk in de 6e eeuw. Drie eeuwen later begint men haar ook in onze gebieden te vereren.
Tegen het eind van de middeleeuwen groeit de cultus enorm, samenhangend met kerk en kloosterhervormingen en met de veranderde opvatting over de plaats van de vrouw binnen huwelijk en gezin in de christelijke huwelijksmoraal. Vrij laat trouwen en leven in een huisgezin (tot voor kort, de hoeksteen van de samenleving). De overgang van agrarische naar burgerlijke, stedelijke samenleving is daar van invloed op geweest.
Was Maria als moeder-maagd een bekoorlijk maar onbereikbaar ideaal, in Anna kon de kerk de vrouwen een veel menselijker toonbeeld van vroomheid, kuisheid en toewijding voorhouden. En onbewust bevredigde Anna het immer levende oer-idee van de moedergodin of de Grote Moeder.

Het meest verbreid was de cultus (met het hoogtepunt rond 1500) in de Nederlanden, het Rijnland en Noord-Frankrijk. In de 15de en 16de eeuw verrezen aan Anna gewijde kapellen en ontstonden bedevaartplaatsen. Het aantal Anna-altaren groeide spectaculair.
In deze tijd (ca. 1525) wordt ook "ons" beeld door de Meester van Elsloo vervaardigd.

Als grootmoeder van Jezus was Anna een machtige en begrijpende heilige. Niemand wist beter wat jonge vrouwen en (aanstaande) moeders voelden. Geen geschikter patrones van het huwelijk (en tevens van de celibatairen) dan zij.
'Naar Sint Annaken voor een manneken' luidde een bekende uitdrukking. Wie dat nog niet was gelukt zat "in Sint- Anna' s schapraai" (kast).

Verhalen beklemtonen dat vereerders van Anna er in allerlei opzichten wel bij voeren. Armoede veranderde zij in welvaart. Op het platteland werd Anna aangeroepen voor de vruchtbaarheid van gezin, gewas en vee. Zij beschermde binnenschippers en zeelieden en hielp tegen de pest. Geen wonder dat vroeger veel meisjes niet alleen Maria maar ook vaak Anna als doopnaam meekregen.
Deze Anna-devotie weerspiegelde zich in de beeldende kunst. Talloze beeldhouwers, schilders en graveurs uit de 15de en 16de eeuw namen de Heilige Maagdschap, het leven van Anna of van Maria, of scenes uit hun leven tot onderwerp.

Het meest gevraagd was de beeldengroep Anna-Te-Drieën (waar zoals gezegd Elsloo een prachtig voorbeeld van bezit), een compositie met Anna, Maria en het kind als groepje, ook wel Anna-trits genoemd. In deze beelden is Anna de voornaamste (bron 4)

Tegenbeweging
Een zo bloeiende Anna-cultus kon niet anders dan een tegenbeweging oproepen. In de loop van de 16de eeuw verdwijnt stilaan de machtige, grote moeder Anna en treden haar dochter en kleinzoon op de voorgrond. In de eeuwen daarna wordt ze weergegeven als een zorgzame moeder en opvoedster. Dit valt uit de schilder- en beeldhouwkunst van de 17e en 18e eeuw duidelijk af te lezen. In de 20e eeuw vlamt de Anna-cultus weer op, maar daarna raakt Anna snel in vergetelheid (bron 6)

Elsloo bewaard in het door haar gekoesterd beeld in de St. Augustinuskerk de herinnering aan deze eens zo rijke middeleeuwse cultus, waarin ook dit beeld zeker diep vereerd werd. Waar het in vroeger tijden stond is verder onbelangrijk, belangrijk is dat de St. Augustinuskerk een beeld bezit waar de gemeenschaptrots op kan zijn

Bronnen:
1,3,5: Gedenkboek uitgegeven bij het 100-jarig bestaan van de St. Augustinuskerk
2: De Bronk, April 1960
4,6: Kunstkroniek Financieel Dagblad 19 sept 1992

In memoriam: Harie Rouvroye

"Harie van de veldwachter" 1928 - 2018

Harie Rouvroye

Afgelopen vrijdagmorgen 13 juli 2018 is Harie Rouvroye overleden. Het droevige nieuws bereikte ons tijdens de bestuursvergadering later die dag. Het contrast kon niet groter zijn: tijdens de vergadering was er een positieve en optimistische stemming over het inrichten van de nieuwbouw, de opening van de tentoonstelling op 1 juli j.l. en de plannen voor de toekomst. En dan het bericht dat Harie, na een korte opname in het ziekenhuis in Geleen, onverwacht overleden is.

Harie was in zijn negentigste levensjaar. Hij was de zoon van de veldwachter en woonde in een ambtswoning die deel uitmaakte van het gemeentehuis. Hij was een nakomertje en had een zus en een broer die meer dan tien jaar ouder waren. Zelf zei hij hierover: “ik ben nooit kind geweest” en “buiten was het voor mij te doen”

Het respect voor zijn ouders en met name zijn vader was groot. Met enige trots vertelde hij regelmatig hoe ”d’n ouwe hjiér” wetten en gezag in het dorp handhaafde, voor niemand bang was en ook de bezetter tijdens de oorlogsjaren regelmatig trotseerde.

De jonge Harie had al snel veel interesse in geschiedenis en begon al jong met verzamelen. Daarbij werd hij gesteund door de overbuurman, onderwijzer Van Mulken die hem altijd voor hield dat niet één, niet twee maar minstens drie bronnen nodig waren om een verhaal te vertellen dat op waarheid berustte.

Bij het zwerven door het dorp sloeg Harie alles op wat hij zag en in het vooroorlogse Elsloo was dat veel. Het dorp veranderde door de komst van de staatsmijn Maurits en de aanleg van het Julianakanaal. De economische crisis van de jaren twintig en dertig, de opkomst van de N.S.B. en de toenemende spanningen in Europa lieten ook hun sporen achter. De jonge Harie lette goed op als ten gemeentehuize of thuis de grote problemen van Europa besproken werden. De basis voor zijn nieuwsgierigheid en interesse werd daar nog verstevigd.

Bij het verzamelen schuwde Harie het niet risico’s te nemen. Als hij zijn vader moet helpen op 10 mei 1940 (na de overgave van de Nederlandse soldaten bij het Julianakanaal) overgebleven wapentuig op te ruimen, verstopt hij een geweer in zijn broek, neemt het mee naar huis en verstopt het op zolder. Daar ligt al de stafkaart over de Duitse inval die hij mee genomen heeft uit een Duitse legertruck die voor het gemeentehuis geparkeerd stond.

Na de lagere school ging Harie naar de ambachtsschool in Sittard. Na het halen van zijn diploma begon hij op het SBB in Geleen. Via de vakschool van DSM en het tegelijkertijd volgen van avondschool kwam hij uiteindelijk op de tekenkamer terecht. Uiteindelijk heeft hij vierenveertig jaar voor DSM gewerkt.

Naast geschiedenis had de natuur Harie’s aandacht en was bijna vanzelfsprekend dat hij na zijn pensionering bestuurswerk ging doen voor het IVN en het Streekmuseum. Verder was hij lid van de heemkundevereniging in Elsloo. Door zijn interesse voor geschiedenis en met name de Tweede Wereldoorlog werden alle vrije tijd en reizen besteed aan de hobby. Elke reis had een doel en moest leiden tot een vergroting van de collectie of verdieping van de kennis.

Thuis op zolder ontstond een waar museum, door Hary steevast “de stelling” genoemd. Hier trok hij zich tot voor kort elke avond terug om te schrijven, het internet af te struinen naar foto’s of onbekende literatuur en om te communiceren met de vele netwerken waar hij lid van was. Hij kon glunderen van trots als hij voldoende bronnen had gevonden om een waarheidsgetrouw verhaal te vertellen.

Harie’s betekenis voor het museum is enorm. Samen met Harrie Dobbelstein, Louis Schreurs en Jan Pijpers heeft hij aan de basis gestaan van de eerste vernieuwing van het museum begin jaren negentig. De collectie werd geïnventariseerd en gereorganiseerd en op een moderne wijze tentoongesteld. In 1999 werd de aanbouw gerealiseerd, de huidige jaren vijftig keuken. Twee maal stelde hij met zijn verzameling een prachtige expositie over de Tweede Oorlog samen.
Samen met Louis Schreurs schreef hij een boek over de aanleg van het Julianakanaal. Ook verscheen een werk over de oorlogsjaren. Met Jan Pijpers en Jac Meijers werden de eerste plannen voor nieuwbouw voor de oorlogscollectie en een depot gemaakt. Enkele jaren geleden besloot hij zijn complete verzameling aan het museum te schenken.

Het realiseren van de nieuwbouw heeft vijftien jaar op zich laten wachten. Het is mooi te zien dat de oorspronkelijke plannen van Harie als basis gediend hebben voor het gebouw dat er nu staat. Ook liet Harie blijken dat inzichten over inrichten van musea veranderen en schroomde hij het niet zijn mening te geven. Harie kon rechtlijnig en soms zwart wit zijn. Dat was niet altijd even makkelijk en heeft weleens tot botsingen geleid. Maar het museum bleef hem altijd dierbaar. Elke donderdagmiddag zat hij op zijn praatstoel en wist iedereen die een vraag had over een foto, een document of een gebeurtenis hem te vinden.

De afgelopen weken heeft hij samen met Piet Pijpers de deeltentoonstelling “10 mei 1940 de Duitse inval“ samengesteld in de naar hem genoemde zaal. Met veel energie en veel moderne ideeën. De opening van de nieuwbouw en de tentoonstelling was een droom die uit kwam en hem emotioneel raakte. Dat bleek tijdens de korte toespraak die hij hield. Enkele dagen later vertelde hij enorm trots te zijn en dat de cirkel rond was.

Het Streekmuseum en de Maasstreek verliezen “eine richtige Maaskentjer” met een enorme betekenis voor het cultureel historisch erfgoed van de streek.

Bestuur en medewerkers wensen de familie veel sterkte.

In Memoriam Ruud Gulikers

Bestuur en medewerkers van Streekmuseum Elsloo hebben met droefheid kennis genomen van het overlijden van onze collega-medewerker Ruud Gulikers op 17 oktober 2016.

Veel te jong heeft hij als gevolg van een agressieve ziekte afscheid moeten nemen van echtgenote Diana en dochter Sharon. In de laatste week van september bleek hoe ernstig de situatie was. Niemand bevroedde toen dat het ziekteproces zo snel zou gaan. Het is voor ieder van ons dan ook een enorme schok.

We herinneren Ruud als een joviaal iemand die altijd met plezier het vrijwilligerswerk voor het museum deed. Je kon altijd een beroep op hem doen. Voor de medewerkers die de modeshow verzorgen, betekent het overlijden van Ruud het wegvallen van een vriend en de " koajong" die altijd goed was voor de vrolijke noot. 

Bestuur en medewerkers condoleren Diana en Sharon en wensen hen veel sterkte toe in deze moeilijke dagen.
De mooie herinneringen aan Ruud zullen het uiteindelijk winnen van het verdriet.

Adres

Op De Berg 4 - 6
6181 GT Elsloo
Limburg

Open

Dinsdag
13.00 - 16.00
Woensdag
13.00 – 16.00
Donderdag
13.00 – 16.00
Zondag
14.00 – 17.00
Overige dagen gesloten

© Historiehuis van de Maasvallei.
Hosted by brainy.nl.
To Top
Cookies
Voor het optimaal functioneren van deze website worden cookies op uw computer geplaatst. Daarbij worden geen persoonlijke gegevens opgeslagen. Door op ‘Akkoord’ te klikken, accepteert u het plaatsen van cookies. Als u cookies weigert, kunt u de website gewoon blijven gebruiken maar dan werken de website of onderdelen daarvan mogelijk niet optimaal.