nlenfrde
  • straatfestijn-elsloo1925
  • kruidenierswinkel
  • Besjen
  • Streekmuseum

Agenda Streekmuseum Elsloo

logo balk

Historie Maaskant



De historie van de Maaskant

Maasland
De naam Maaskant wordt vaak verward of vereenzelvigd met Maasland. Dit is echter niet hetzelfde! Maasland wordt tegenwoordig vaak gebruikt als alternatief voor de Westelijke Mijnstreek. De naam is rekbaar. Soms rekent men ook hier het Belgische Maasdal toe of zelfs een nog groter gebied. De naam Maasland is een verwijzing naar het vroeg middeleeuwse Maselant (de Maasgouw). Dit was een oud graafschap waar onze streek toe behoorde en waarvan de grenzen nooit zijn vastgesteld. Men vermoedt dat grote delen van Nederlands- en Belgisch Limburg ertoe behoord hebben. Het is echter nooit een streeknaam in onze regio geweest.

Het Maasdal vanaf de hoogten bij Elsloo met op de achtergrond de Kempen.

Maaskant / Maaskentj
Wat wel altijd in de volksmond heeft bestaan is de naam Maaskant, in het dialect de Maaskentj. Toen het dekenaat Susteren nog bij het bisdom Luik hoorde, werd een onderdeel hiervan “de Maaskant” genoemd (langs de Maas van Grevenbicht zuidwaarts tot en met Elsloo). De naam komt waarschijnlijk van een typisch Limburgse zegswijze. Limburgers spreken namelijk niet in termen als ten noorden van, ten oosten van, in de buurt van etc. wanneer men de ligging van een plaats of gebied wil aanduiden maar spreken van “aan de kanten van….” (meestal een hoofdplaats). “ Zo duidt men in het noordelijk deel van Zuid- Limburg de Maasdorpen aan met “aan de kanten van de Maas” kortweg “Maaskant in het dialect Maaskentj.
Bijvoorbeeld: “aan de kentje van Sittard haet ut nut gedaon” (in de omgeving van Sittard was er een zwaar onweer) of “dae kump van de kentje van Mestreech”, die is afkomstig uit de omgeving van Maastricht.
De naam Maaskant is overigens niet uniek voor onze streek. Letterlijk betekent Maaskant namelijk ook Maasoever. Maaskant wordt voor diverse streken langs de Maas gebruikt van Eijsden tot Hoek van Holland. Als wij over de Maaskant praten bedoelen we de dorpen langs de rivier de Maas vanaf Elsloo tot en met Roosteren. Er is echter maar één Maaskentj, namelijk: van Obbicht tot Elsloo.
Aan de andere kant van de Maas zijn de Belgische dorpen het spiegelbeeld van de Nederlandse dorpen. Ingeklemd tussen de Kempen aan de Maas waren ook zij op de Maas en de dorpen aan deze zijde georiënteerd. Ook zijn de mensen in deze dorpen door dezelfde historische rampen zoals oorlogen, overstromingen en economische crises gehard. Ook aan de Belgische kant wordt de streek “de Maaskant” genoemd. Opgemerkt dat de naam “Maasland” al heel lang in gebruik is voor de hele streek aan weerszijden van de Maas tussen Maastricht en Thorn. Beide Maaskanten vormden feitelijk eeuwenlang een culturele eenheid.


Begrenzing dialectgebied
Onder andere op basis van het dialect kan men de streek onderverdelen in een noordelijk en zuidelijk gedeelte. Het zuidelijk gedeelte loopt van Catsop tot en met Obbicht. (waarbij men Catsop en Obbicht als overgangsgebieden moet beschouwen) . Het noordelijk vanaf Obbicht tot en met Roosteren. In het zuidelijk gedeelte vindt men een gelijkluidend dialect, waarbij de uitspraak van de a-klank het meest naar voren springt, deze wordt als als – e– uitgesproken. Het bekende rijmpje: “Aan de kentj van ’t lendj, steit ein menjel mit sendj” illustreert dit. In andere dorpen uit de Maaskant, nog geen drie kilometer, spreekt men de – a - uit. “Aan de kantj van ut landj stjeit ein mangel mit sandj”. Ook de “r” rolt stevig in de dorpen, doch dat gebeurt ook noordelijker. Het is echter niet alleen het dialect maar zeker ook de mentaliteit, het karakter en de gebruiken wat de Maaskanters onderscheidt van anderen. Men kan zich afvragen hoe deze verschillen in zo’n klein gebied zijn te verklaren. Het antwoord ligt opgesloten en de gemeenschappelijk sociale en in economische ontwikkeling, die anders is dan de dorpen die de Maaskant omringen. Ook de oriëntatie op het Maasdal (beide oevers) speelt hierin een grote rol.


Graetheide en Swentibold
Tussen Beek en Born, de Maas en Sittard ligt een vlakte welke het Graetheideplateau wordt genoemd. Deze heide is ooit het Graetbos geweest. Het is dit bos c.q. heide welke, volgens een oude legende, in de negende eeuw door Koning Swentibold (of Sanderbout) zou zijn geschonken aan de omringende dorpen. Elsloo, Beek en Stein behoorden tot deze dorpen. Het gebied werd dus niet in stukken verdeeld maar gemeenschappelijk bezit van de inwoners van de heide omringende dorpen. Aanvankelijk beheerden de op de heide gerechtigde dorpen het gebied in gezamenlijk overleg. In de loop van de tijd ging men echter over tot het afpalen van afzonderlijke gebieden. Ieder dorp kreeg zo zijn eigen heidegebied en beheerde dat. De heide als geheel bleef echter gemeenschappelijk bezit van alle dorpen. Dat betekende onder andere ook dat men niet zonder overleg met de andere dorpen mocht ontginnen.
Door de beperkingen op ontginning, bleef tussen de Maas en de heide slechts een relatief smalle strook landbouwgrond ter beschikking. Hierbij moet men ook niet vergeten dat men voor de productie van gewassen veel grotere oppervlaktes nodig had dan nu. In het Maasdal zelf hadden de gronden ook nog te lijden van afkalving door de Maas.

De Maaskant 1775

Ligging
Men kan het zich nu moeilijk voorstellen , maar eens vormde de Graetheide één grote vlakte tussen de Maaskant en Sittard, Born en Beek. De zuidgrens (landweer) kwam vanaf Krawinkel en sloot in de buurt van de huidige overweg Beek-Elsloo aan op de westgrens, welke vanaf hier midden door het huidige Elsloo liep om vervolgens de wallen van Stein te volgen. Tussen Stein en Urmond vormde de heide een wig tot aan de Maasdalrand. Ten oosten van Urmond, Berg en Obbicht, volgde de grens ongeveer de Oude Postbaan om achter Obbicht af te buigen naar Guttecoven. Deze grens handhaafde zich tot ver in de achttiende eeuw. De Graetheide omsloot als het ware de Maaskant en isoleerde de streek van de overige dorpen in Nederlands Limburg.

Veerponten
De dorpen aan Maaskant waren, door hun ligging, onderling en op de dorpen aan de overzijde van de Maas georiënteerd. Voor hen was de grens tot aan de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), toen de Duitsers bezet België met een onder stroom staande prikkeldraad omgaven, slechts een formaliteit. Voor het leggen van sociale contacten was de Maas in het geheel geen belemmering, dit in tegenstelling tot de uitgestrekte Graetheide. Vanaf Elsloo tot en met Obbicht lagen er voor de Eerste Wereldoorlog op de Maas maar liefs zeven overzetveren die allen rendeerden. Van deze veren waren er twee grote veren (Elsloo en Berg) ten behoeve van het verkeer per as tussen België en Duitsland. In het begin van de Tweede Wereldoorlog is het grote veer van Elsloo naar Berg aan de Maas overgebracht, omdat het grote veer in Berg in onbruik was geraakt. In Elsloo is toen een voetveer gebleven tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Het is derhalve niet verwonderlijk dat menige Maaskantse stamboom met zijn wortels op beide Maasoevers staat.

Vroeger (vóór 1925), voor de aanleg van het Julianakanaal, was de Maas op zondag een trekpleister voor de mensen tot in Beek en Geleen toe. Als uitje fietste of wandelde men met de kinderen naar de Maas in Elsloo en maakte men graag gebruik van het veer om op de andere oever een pint te drinken. Er waren overigens ook genoeg Maaskanters die daarvoor niet tot zondag wachten. In de jaren twintig was het bier in België de helft goedkoper dan in Nederland, daarbij mocht men daar zondags muziek maken in cafés, wat hier niet mocht. Dat lokte natuurlijk menige jonge Maaskanter de rivier over.


Veer bij Berg aan de Maas

Historische Kalender

Zoek in Delpher

Bezoekersinfo

Openingstijden

Dinsdag t/m Donderdag 13.00 - 16.00
Zondag 14.00 - 17.00 uur

Op afspraak

Groepen en scholen

Locatie

Op de Berg 4 - 6
6181 GT Elsloo (L)

Contact

Email:
Telefoon: 046-4376052

UA-12685895-1